
Niemand weet precies waar de twaalf gouden sterren voor staan die de blauwe achtergrond van de Europese vlag sieren. Maar één ding is zeker: ze symboliseren geen landen. Dat is ook nooit zo geweest.
De vlag, die gisteren zijn vijftigste verjaardag vierde, kwam – zoals zoveel in Europa – tot stand na jaren bakkeleien tussen de Europese landen. Aanvankelijk wilden de diplomaten die sinds 1950 over het ontwerp onderhandelden, dat er vijftien sterren op zouden komen.
Een logische verwijzing, vonden ze, naar de vijftien landen die toen aangesloten waren bij de Raad van Europa – een in Straatsburg gevestigde organisatie die zich inzet voor samenwerking, mensenrechten en democratie in alle Europese landen.
Duitsland voelde echter niets voor vijftien sterren. Want een van die vijftien stond voor Saarland, dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog een autonome status had. Saarland – sinds 1957 een Duitse deelstaat – was géén zelfstandig land, zeiden de Door een onzer redacteuren Duitse diplomaten, dus hoorden er slechts veertien sterren op de vlag. Dat vonden de Fransen, die een sterke behoefte voelden om de Duitsers onder de duim te houden, onacceptabel.
Drie jaar duurde het voordat de diplomaten het eens werden over de gouden sterren die in een cirkel gedrapeerd zouden worden op een blauwe achtergrond – een ontwerp van Arsène Heitz. De vraag die restte was: hoeveel. Niet vijftien, ook niet veertien en al helemaal niet het ongeluk brengende dertien. Na twee jaar kwamen de ambtenaren uit op twaalf. (bron: NRC)
Om de hoek van ons hotel liep ik een van mijn grote helden tegen het lijf (nou zijn standbeeld dan): Federico Garcia Lorca. E'en van de belangrijkste spaanse dichters. Ik heb zijn werk voor het eerst gelezen toen ik spaans studeerde op Nijenrode en ben er altijd een beetje aan blijven hangen. Dit is een van zijn mooiste gedichten: donkere liefde uit 1935. (Hij werd in 1936 door de Spaanse Nationalisten vermoord).

Ay voz secreta del amor oscuro
¡Ay voz secreta del amor oscuro!
¡ay balido sin lanas! ¡ay herida!
¡ay aguja de hiel, camelia hundida!
¡ay corriente sin mar, ciudad sin muro!
¡Ay noche inmensa de perfil seguro,
montaña celestial de angustia erguida!
¡ay perro en corazón, voz perseguida!
¡silencio sin confÃn, lirio maduro!
Huye de mÃ, caliente voz de hielo,
no me quieras perder en la maleza
donde sin fruto gimen carne y cielo.
Deja el duro marfil de mi cabeza,
apiádate de mÃ, ¡rompe mi duelo!
¡que soy amor, que soy naturaleza!